Met ASM krijgt ieder talent de ruimte!

Door 28 augustus 2017Nieuws

Met het ASM krijgt ieder talent de ruimte!

Een potje badminton of judo als warming-up voor de voetbaltraining? Doen! Want hoe meer verschillende bewegingservaringen de jeugd opdoet, hoe beter dat voor hen is, weten Geert Savelsbergh en René Wormhoudt. Hun Athletic Skills Model helpt sportclubs en het bewegingsonderwijs om van kinderen weer goede bewegers te maken en zo de talentontwikkeling van iedereen te verbeteren.

Wetenschap én praktijk

Het Athletic Skills Model is een soepel een-tweetje tussen de wetenschappelijke kennis van Geert Savelsbergh (hoogleraar Bewegingswetenschappen VU) en de jarenlange praktijkervaring van René Wormhoudt (fysiotherapeut en trainer van het Nederlands elftal). In 2010 schreven zij een boek over hun kijk op talentontwikkeling dat een bestseller werd onder coaches.

Allround bewegers

Inmiddels breidt het ASM zich als een olievlek uit onder sportclubs en -deskundigen. Ook het bewegingsonderwijs en de gezondheidszorg omarmen de aanpak. De basisgedachte van het ASM? Van kinderen weer goede allround bewegers maken, onder meer door ze een breed en gevarieerd bewegingsprogramma te bieden.

Meerdere doelen

‘Als eerste willen we van jonge sporters goede bewegers maken die plezier hebben in dat wat ze doen’, zegt Geert Savelsbergh. ‘Bij voetbal gebeurt dat in de leeftijd van 10 tot 12 jaar; bij bijvoorbeeld turnen ligt die leeftijd wat lager. Van die goede bewegers maken we atleten die zich specialiseren in één sport (13-16 jaar); en van de atleten maken we ten slotte echte specialisten (17-18 jaar).’ Het ASM dient meerdere doelen: zorgen voor een gezonde breed ontwikkelde jeugd en, daaruit voortvloeiend, een nieuwe generatie topsporters.

‘Kinderen spelen minder buiten en krijgen minder gym van vakleerkrachten’

De noodzaak

Over de urgentie van het ASM zegt Geert: ‘Als gevolg van onze veranderende maatschappij zijn kinderen vandaag de dag minder goede bewegers dan 30 jaar geleden. Dat blijkt uit verschillende wetenschappelijke studies. De oorzaak? Kinderen spelen veel minder buiten dan vroeger en op de basisschool krijgen zij minder gymnastiek van vakleerkrachten. Daarnaast brengen ze veel tijd door op de smartphone en tablet en veranderde hun voedingspatroon, waardoor kinderen zwaarder zijn dan ooit. Doordat ze minder goed en minder vaak bewegen, neemt bovendien het aantal blessures bij sportende kinderen toe. Van 125.000 naar 200.000 per jaar bij kinderen tussen 9 en 12 jaar.’

Talentontwikkeling

Kinderen beginnen hun ‘carrière’ bij een sportclub hierdoor met een motorische achterstand en daarmee neemt de kans om uit te groeien tot topsporter ook af. Als sportclubs en -bonden niet ingrijpen, droogt de pool met talenten op. En dat heeft gevolgen voor Nederland als sportland. Het ASM geeft sportclubs en trainers een toolbox aan concrete handvatten om talentontwikkeling te verbeteren.

‘Kinderen die sporten, doen het systematisch beter op school – onafhankelijk van hun opleidingsniveau’

Een gezonde geest in een gezond lichaam

Maar het ASM is ook relevant voor de breedtesport. Geert en René willen talentontwikkeling voor iedereen. ‘Iedere jonge sporter moet zich met zijn of haar capaciteiten kunnen ontwikkelen tot een goede, veelzijdige beweger’, vindt Geert. ‘Want bewegen, en dat ook blíjven doen, is cruciaal voor onze gezondheid. Ook heeft sporten een bewezen positieve invloed op de cognitieve ontwikkeling. Kinderen die sporten, doen het systematisch beter op school – onafhankelijk van hun opleidingsniveau.’

Kinderen missen vaak basale vaardigheden om goed te kunnen bewegen, zoals rennen, klimmen, vangen …’

Grondvormen van bewegen

Dus we moeten van onze kinderen weer goede bewegers maken. Maar hoe doen we dat dan? ‘Door ze in aanraking te laten komen met álle grondvormen van bewegen’, legt Geert uit. ‘Hoewel kinderen de natuurlijke drang hebben om te bewegen, missen ze vaak basale vaardigheden om dit goed te doen, zoals rennen, klimmen, springen, vangen of balanceren. Het ASM stimuleert en traint die vaardigheden, bijvoorbeeld door van jongs af aan multi-sporten in te brengen en gebruik te maken van verschillende spelvormen.’

Een leven lang sporten

‘Als een kind dan een goede beweger is geworden, groeit de kans dat het goed wordt in een sport en doorstroomt naar een hoger niveau’, zegt Geert. ‘Veel olympische sporters, onder wie Dafne Schippers, hebben zich pas op relatief late leeftijd gespecialiseerd. Daardoor hebben zij veel verschillende sportervaringen opgedaan. Maar ook de kinderen die niet doorstromen naar de top, hebben veel baat bij het ASM’, weet Geert. ‘Het programma haakt namelijk in op dat wat een kind leuk vindt om te doen. En wat je leuk vindt om te doen, gaat je makkelijker af en zal je eerder blijven doen.’

Minder blessures, minder uitval

Door het ASM op de sportvelden toe te passen, worden gelijk ook veelvoorkomende problemen als overbelasting en uitval aangepakt. ‘Want’, zegt Geert, ‘doordat kinderen breed en veelzijdig worden opgeleid, voeren zij tijdens trainingen en wedstrijden niet telkens dezelfde bewegingen uit. Daarmee neemt de kans op overbelasting en blessures aanzienlijk af. Net als de kans op uitval door te weinig variatie. Veel veertien- en vijftienjarigen stoppen helaas met hun sport. De klassieke gedachte is dan: ach, het is de puberteit, ze krijgen andere interesses. Maar ik ben ervan overtuigd dat het feit dat ze al tien jaar dezelfde oefeningen doen óók een belangrijke rol speelt in hun keuze om te stoppen.’

Voetbal helpt tennissers hun voetenwerk te verbeteren. En door te judoën werken voetballers aan hun bodycontact en hun valtechniek’

Voetballen bij de tennistraining

Wanneer jongeren de basisprincipes van bewegen goed onder de knie hebben en ze toe zijn aan specialisatie in een sport, dan nóg kunnen zij andere sporten gebruiken om beter te worden. ‘We noemen dat donorsporten’, zegt Geert. ‘Een voorbeeld? Voetbal helpt tennissers om hun voetenwerk te verbeteren. En door te judoën werken voetballers aan hun bodycontact en hun valtechniek.’ Veel topsporters zoals Federer en Messi gebruiken in hun standaardtrainingsprogramma ook donorsporten. Om sterker te worden én om hun 20 tot 30 uur durende trainingsweek interessant te houden.

‘In plaats van te zeggen: “als je met je buitenkant zo schiet, zal de bal met effect daar terechtkomen”, geef je een kind de vrijheid om dit zelf te onderzoeken’

ASM Academie

‘Om de principes van het ASM in praktijk te brengen, hebben we in 2015 de ASM academie opgericht’, vervolgt Geert. ‘Hier leiden we geïnteresseerde ALO-docenten en trainers en instructeurs op tot ASM-instructeurs. Deze mensen beheersen hun vak al en krijgen van ons vooral nieuwe inzichten waardoor ze anders tegen bestaande trainingsmethodes gaan aankijken. Na de opleiding kunnen ze een breed en gevarieerd bewegingsprogramma ontwikkelen en dat toepassen op hun velden.’

Aanpassingsvermogen

De trainingen die volgens het ASM gegeven worden, zijn van hoge kwaliteit en gebaseerd op onder meer nieuwe kennis over motorisch leren. Geert: ‘Ook gebruiken ASM-instructeurs bijvoorbeeld nieuwe leervormen waarbij zij minder instructie geven dan ze gewend waren. Hierdoor ontwikkelen vaardigheden zich dan vanzelf. Een voorbeeld? In plaats van te zeggen: “als je met je buitenkant zo schiet, zal de bal met effect daar terechtkomen”, geef je een kind de vrijheid om dit zelf te onderzoeken. Zo wordt het creatiever in het bedenken van oplossingen en leert het zich heel natuurlijk aan te passen aan verschillende situaties. Hun aanpassingsvermogen, een belangrijke vaardigheid in (top)sport, wordt door multi- en donorsporten sowieso voortdurend uitgedaagd.’

Geduld

Voor trainers vergt de nieuwe manier van coachen soms wel wat geduld. Geert: ‘Soms lukt het een kind niet de vaardigheid aan te leren die je als trainer al wel zou willen zien. Ook moet je stevig in je schoenen staan als resultaten misschien wat langer uitblijven en ouders en bestuur op je beginnen te mopperen. Op de opleiding leren trainers de gedachten achter het ASM goed uit te leggen. En er is natuurlijk veel bewijslast uit de praktijk.’

Altijd in ontwikkeling

De praktijkervaringen met het ASM zorgen ervoor dat het programma zich steeds ontwikkelt. ‘We houden nauw contact met onze afgestudeerde trainers’, zegt Geert. ‘Zij delen hun ervaringen met het ASM op de sportvelden met ons. Ervaringen die wij weer meenemen om het model steeds verder aan te scherpen.’

Meer weten over het ASM? Kijk dan op athleticskillsmodel.nl of fpa-amsterdam.nl

‘Ik vind het heel leuk, omdat ik er ánders voetbal’

Als je op zondagochtend langs de velden van sc Buitenveldert rijdt, zie je kinderen van de Football Player Academy (FPA) in kleine groepjes intensief bewegen. Ze voetballen veel, maar gebruiken ook de loopladder, springen over hekjes en in de korte pauze wordt er gestoeid. De trainers van de Football Player Academy werken met het Athletic Skills Model om hun leden te ontwikkelen tot goede allround bewegers. Hiervoor volgden zij de opleiding aan de ASM Academie.

Plezier in beweging, is een belangrijk doel binnen de trainingen. En aan de vrolijke bezwete koppies te zien, zit het daarmee wel goed. Julius (11): ‘Ik vind het hier heel leuk, omdat ik er veel leer en er anders gevoetbald wordt dan bij de trainingen met mijn eigen voetbalteam. Partijtjes met de bril vind ik het allerleukste, maar het is ook heel moeilijk. Je hebt dan een bril op met een randje, zodat je niet naar beneden kunt kijken. Daardoor zie ik in de wedstrijd beter wie er vrijstaat. Ook van de loopladder en het hinkelen en springen leer ik veel. Ik sta steviger op mijn benen en heb meer evenwicht in de duels.’

Ben je geïnteresseerd in trainingen van Football Player Academy? Jouw kind kan altijd een proeftraining volgen. Kijk op fpa-amsterdam.nl en volg ons op Facebook.

Wie zijn Geert Savelsbergh en René Wormhoudt?

Geert Savelsbergh houdt zich als hoogleraar Bewegingswetenschappen aan de VU onder meer bezig met motorisch leren en talentidentificatie en -ontwikkeling. Hij werkte jarenlang als jeugdvoetbaltrainer.

René Wormhoudt pionierde met het Athletic Skills Model bij AFC Ajax en werkt nu als kracht- en hersteltrainer bij het Nederlands elftal. Ook buiten de voetballerij brengt hij de ASM-visie in de praktijk, bijvoorbeeld bij basketbal-, handbal- en zwemteams.

Leestip: ‘Athletic Skills Model voor een optimale talentontwikkeling’ – Rene Wormhoudt, Jan Willem Teunissen & Geert Savelsbergh (2014, ARKO  Sport media)